Oorlog aan de oorlog

 

In 1924, tien jaar nadat drommen stervelingen enthousiast ten strijde trokken voor een oorlog die alle oorlogen zou beëindigen, verklaarde de dertigjarige anarchist en pacifist Ernst Friedrich oorlog aan de oorlog, 'Krieg dem Kriege!'. De man was niet aan zijn proefstuk toe. Toen hij in 1914 militaire dienst weigerde was hij prompt opgesloten in een gekkenhuis. Eens vrij, pleegde hij militaire sabotage en spoorde soldaten aan tot ongehoorzaamheid.

'Oorlog aan de oorlog!' bevat zo'n 180 foto's, gruwelijke beelden uit de eerste wereldoorlog voorzien van bijtende commentaren in vier talen: Duits, Engels, Frans, Nederlands (er waren ook edities met het Noors, Russisch of Chinees als vierde taal). Friedrich, die zichzelf 'geen Duitser maar mens' noemde, schreef het boek voor 'mensen van alle landen' en droeg het 'minzaam op aan alle oorlogsdwepers, planners en leiders van slachtpartijen'.

'Krieg dem Kriege!' toont het ware gelaat van de oorlog, voorbij dapperheid en heldendood. Niet de pacifisten maar oorlogsstokers, koningen, generaals, presidenten en ministers moeten opgesloten worden. Of dat ze onder elkaar, voor eigen rekening en risico, oorlog voeren en vele heldendoden sterven!

Voor Friedrich, die zich tot geen enkele partij bekende, is de oorzaak van oorlog duidelijk: kapitaal en macht. Zij onderdrukken en beheersen de proletariërs. Friedrich roept hen op zich te bevrijden van ingepompte burgerlijke vooroordelen, vecht tegen het kapitalisme, de burger en de soldaat in jezelf! Aan burgerlijk pacifisme, 'zoete koek en vrome praatjes', had Friedrich geen boodschap. Het kapitalisme bestrijden, is oorlog bestrijden.


Pacifisme

Oorlog aan de oorlog - een krijgshaftige boodschap, maar met vredelievende middelen: dienst weigeren, kinderen geen soldatenliedjes leren, geen oorlogsspeelgoed geven ('eerst het spel dan de hel'). Breekt er toch oorlog uit, weiger dan te moorden, leg het land lam door stakingen. Kunnen de mannen dat niet aan, dan moeten de vrouwen in actie komen: tooi de geweren met bloemen, laat je man niet los, breek de rails op, ga voor de locomotief liggen!

Friedrich gaat polariserend te werk, op de ene bladzijde een patriottisch of militaristisch beeld, op de andere een foto van de gruwelijke werkelijkheid. Vrolijke soldaten schrijlings op een kanon versus lijkenhopen op het slachtveld. Een staatsbegrafenis van een generaal tegenover een kar vol soldatenlijken. Veel 'oorlogsstillevens': gelynchte dienstweigeraars en vijanden, bossen vol lijken.

En dan 'het gezicht van de oorlog' - niet om aan te zien. Een twintigtal close-ups van zwaar verminkte gezichten; weggeschoten neuzen, ogen, wangen, kinnen. Vele duizenden 'gueules cassés' leidden toen een schaduwbestaan in ziekenhuizen. De foto's komen uit militaire en medische archieven en werden gemaakt om de grensverleggende mogelijkheden van transplantatie en refiguratie aan te tonen. Sommige slachtoffers hadden al tientallen operaties ondergaan (ook tijdens en na de Tweede Wereldoorlog werd op oorlogsverminkten geoefend; in 1941 kwam, met de oprichting van de American Board of Plastic Surgery, de eerste officiële erkenning).

De 'gueules cassés' waren een zorgvuldig bewaard geheim, de foto's waren niet voor de openbaarheid bestemd. Friedrich doorbrak het taboe en gebruikte ze als shocktherapie (in datzelfde jaar schilderde Otto Dix zijn 'Gueules cassés').


Onoverwinnelijk

Veel uitroepingstekens, korte zinnen, voor iedereen begrijpelijk; soms simplistisch, altijd recht voor de raap. Kazernes zijn moordenaarsscholen, soldaten 'souteneurs van de dood', de Kerk de 'bondgenoot van het militarisme'. 'Krieg dem Kriege!' maakte grote indruk en kende vele herdrukken. Maar de Weimarrepubliek was er niet mee gediend, Friedrich ging de gevangenis in wegens hoogverraad.

Hij was een meester in propaganda. Dat zijn antimilitarische weekbladen om de haverklap in beslag genomen werden en hij voor de rechter werd gedaagd, deerde hem geenszins. Integendeel, de akoestiek in de rechtszaal was goed, het publiek was belangstellend, zijn verdedigingsrede was een aanklacht. Hij las telkens het gewraakte artikel voor om zijn standpunt te kunnen verduidelijken en verspreidde zijn rede, een officieel processtuk, via strooibiljetten en zijn blad de 'Schwarze Fahne'.

De foto's hingen ook in het Internationale Anti-Kriegsmuseum dat Friedrich in 1923 in Berlijn had opgericht. Aan de gevel de witte vredesvlag en twee met bloemen gevulde soldatenhelmen, met daarop 'Nie wieder' en 'Plus jamais'. Op een bordje naast te deur: 'Entrée: Voor mensen 20 Pfg. Vrije toegang voor soldaten'. Boven de deur hing het door Friedrich bedachte antimilitaristische teken, een door twee handen doormidden gebroken geweer. Een symbool dat als 'anti-moord-speldje', broche, dasspeld of gesp, goed van de hand ging. In het museum was een verzameling oorlogsspeelgoed te zien, veel wapens en allerhande voorwerpen met patriottische leuzen op, onder meer een rol zwart-wit-rood WC-papier van het merk 'Onoverwinnelijk'.

Friedrich was op zijn tijd vooruit. In zijn museum was een speciale ruimte voor kinderen, een sprookjeskamer; hij richtte een pacifistische kindergroep op; schreef een vredesboek voor jongeren en ontwierp pacifistisch - pedagogisch verantwoord - speelgoed. En van bij de machtsovername door Hitler waarschuwde hij klaar en duidelijk voor diens oorlogsfurie.

In maart 1933 vernielden nazi's het museum; ze maakten er een oorlogs- en folteroord van. Friedrich werd gevangen gezet en gefolterd. Hij had kunnen vluchten maar, schrijft hij, da's meer iets voor krijgslui. Na nog eens een hongerstaking en onder druk van Amerikaanse Quakers, kwam hij eind 1933 vrij en keerde Duitsland de rug toe.

In 1936 belandde hij met vrouw en kinderen in België. Hij hield voordrachten, nam deel aan vredesweken (de Spaanse burgeroorlog woedde volop) en startte een nieuw museum op. Zijn antimilitaristische tentoonstelling, begin 1937 in de Gentse Vooruit, kreeg in een week tijd meer dan zesduizend mensen over de vloer. In 1940 kwam hij in Frankrijk terecht, waar hij zich vol overgave in het gewapende verzet stortte. Zijn joodse vrouw kon niet ontkomen, ze werd vermoord in Auschwitz.

Na de oorlog organiseerde Friedrich in Frankrijk verzoeningsactiviteiten tussen Franse en Duitse jongeren. Met het Wiedergutmachungsgeld dat hij uiteindelijk van West-Duitsland kreeg, kocht hij een eiland in de Seine, l'Ile de la Paix, een ontmoetingscentrum voor jongeren. Hij overleed in 1967, moegestreden. Vijftien jaar later richtte een kleinzoon zijn Anti-Kriegsmuseum in Berlijn weer op. Op het internet maakt The Memory Hole met foto's uit 'Krieg dem Kriege!' én beelden van hedendaagse oorlogsgruwel, duidelijk dat de gruwelijke werkelijkheid ons ook vandaag onthouden wordt.

Ernst Friedrich - 'Krieg dem Kriege! - Guerre à la Guerre! - War against War! - Oorlog aan den Oorlog!', Berlijn, Friedrich, 1924

Ernst Friedrich - 'Een pacifist in Hitler-Duitschland', Gent, Vrede, 1937

 
 

'Als de zware soldatenlaarzen over het plaveisel dreunen, hoort men het hart niet meer kloppen. Als de helm het hoofd indrukt, is er geen plaats meer voor grote gedachten'